Arabische 'Revoluties'

In veel Arabische landen hebben sinds eind 2010 grote verschuivingen in de politiek voorgedaan, meestal ten gevolge van ernstige onrusten. Deze onrust is begrijpelijk gezien de onderdrukking die veel Arabische volkeren decennialang hebben moeten verduren. Vanwege de grote onderlinge verschillen in Arabische landen en volkeren is het onmogelijk een conclusie te trekken over het slagen van de Arabische ‘Lente’ of ‘Revoluties’ in het algemeen. SGP-jongeren let per land en per situatie op de volgende vijf zaken:

 

-Is de grondwet veranderd en wat betekent dit voor de vrijheid van burgers?

 

-Hoe is de positie van minderheden?

 

-Wat is de invloed van terroristische organisaties?

 

-Hoe is het met de veiligheidssituatie?

 

-Is de houding ten opzicht van Israël veranderd? Zo ja: hoe?

 


Aan de hand van deze vragen toetst SGP-jongeren het al dan niet geslaagd zijn van de revolutie. Helaas moeten de vragen vaak negatief beantwoord worden.
Het Nederlandse kabinet en de Europese Unie moeten het beleid afstemmen op de eerlijke antwoorden op de vragen van hierboven. Het kan niet zo zijn dat de diplomatieke betrekkingen met een land ongewijzigd blijven wanneer een Arabisch land na een heftige revolutie besluit de vrede met Israël op de helling te zetten of terreurgroepen machtige posities toekent in het landsbestuur.

 

Bij hulp aan lokale organisaties moet extra scherp gelet worden op de posities van minderheden. Zo kan het niet zo zijn dat christenen geen toegang krijgen tot vluchtelingenkampen omdat de meerderheid er islamitisch is. Dit is nog te vaak een dode hoek in het Westerse beleid ten opzichte van Arabische landen.