Ontwikkelingssamenwerking

Een zeer groot deel van de wereldbevolking leeft in onderontwikkelde gebieden. Ze leven in onzekerheid over voorrechten die wij als vanzelfsprekend beschouwen. Voedsel, medische zorg, veiligheid, vrede en rechtvaardigheid zijn zaken die voor slechts een klein deel van de wereldbevolking werkelijkheid zijn. Het is echter de Bijbelse opdracht om onze rijkdom te delen en onze naaste, ook ver weg, lief te hebben als onszelf. West-Europa, en ook Nederland, kent al een lange verhouding met zogenaamde derde wereldlanden. Vaak was deze relatie gericht op winst voor de westerse wereld; het doel was ten voordele van het westen. De doelen van de huidige ontwikkelingssamenwerking moeten juist de burgers in ontwikkelingslanden dienen. De doelstelling moet zijn om armoede te bestrijden, en vrede en gerechtigheid bevorderen. Er moet daarbij gelet worden op de behoeften in een land, en geprobeerd worden daarbij sterk aan te sluiten.

 

Financiële hulp door de regering is van groot belang. Juist door deze manier van hulp kan de regering sturen in ontwikkelingssamenwerking; ze besluit immers waar geldstromen wel en niet heengaan. Cruciaal is dat ontwikkelingslanden nooit afhankelijk worden van westerse financiën, en het geld voor ontwikkelingssamenwerking mag nooit gebruikt worden om begrotingstekorten van ontwikkelingslanden te dichten. Betere doelen zijn onderwijs, infrastructuur, milieu, gezondheidszorg en investeringen in lokale economie.

 

Er zijn veel non-gouvermentele organisaties (NGO’s) die zeer veel kennis en ervaring in huis hebben om duurzaam ontwikkelingssamenwerking uit te voeren. Subsidiëring van hun projecten, met voorkeur van projecten die uitgevoerd worden door lokale hulporganisaties, is een goede manier om ontwikkelingssamenwerking vorm te geven. Ook hierin moet gekeken worden of projecten en hulporganisaties wel aansluiten bij de behoeften van lokale bevolking, en duurzame oplossingen op het oog hebben. NGO’s die ondanks goede motivatie wellicht geen goed werk leveren, door bijvoorbeeld veel mislukte projecten of het niet leveren van maatwerk, moeten kritisch benaderd worden.

 

Nederland, als overheid, kan zelf echter ook veel betekenen voor ontwikkelingslanden. Vaak is er in die landen een groot gebrek aan effectiviteit, bureaucratische chaos en sprake van corruptie. Nederland kan veel betekenen om dit tegen te gaan en te werken aan een integere overheid. Ook herbergt Nederland veel kennis. Dit kan in grote mate gedeeld worden, en het kan daarnaast een middel zijn om problemen te verhelpen.

 

De regering moet op toezien dat ook ontwikkelingssamenwerking vanuit de Europese Unie gericht is op duurzame ontwikkeling van de behoeftige landen. De uitwerking van ook Europese ontwikkelingssamenwerking, en buitenlands beleid, mag nooit zijn om ontwikkelingslanden aan zich te binden. Europa is wel degelijk een belangrijke speler als het gaat om het strijden tegen corruptie en de toegang tot de internationale markt. 

 

Tot slot moet men onder ogen zien dat ook ontwikkelingslanden zeer divers zijn. Landen verschillen, zelfs regio’s verschillen in grote mate van elkaar. Ook is de westerse maatstaf van geluk en ontwikkeling niet universeel. Daarnaast is het hoog tijd om ontwikkelingssamenwerking goed te evalueren. Deze nog jonge sector bruist van goede bedoelingen, maar veel doelstellingen worden niet gehaald en menig project mislukt.

Andere standpunten met een O: