Zijn klimaatdoelstellingen nuttig?

Veel politieke partijen buitelen in de campagneperiode over elkaar heen om verregaande doelstellingen voor de reductie van CO2-uitstoot te beloven. In 2030 moeten we 55 procent minder uitstoot hebben, waar dat eerder 40 procent was. Sommige partijen willen dat opschroeven naar 60 procent, en het recente klimaatmanifest van verschillende politieke jongerenorganisaties eiste dat Nederland in 2035 klimaatneutraal is. Hoe ambitieuzer de reductiedoelstelling, hoe groener en duurzamer de partij lijkt. Maar is dat ook echt zo?

De herkomst van de doelstellingen

In het Klimaatakkoord van Parijs hebben 197 landen de doelstelling ondertekend om de wereldwijde gemiddelde temperatuur op aarde niet verder te laten stijgen dat twee graden, en het liefst niet meer dan anderhalve graad. Om deze doelstelling te bereiken is voor ieder land een Nationally Determined Contribution (NDC) opgesteld, een document waarin staat hoeveel CO2-uitstoot het land gaat reduceren. De Nederlandse NDC is direct verbonden aan die van de Europese Unie. Oorspronkelijk was de doelstelling om 40% CO2-reductie in 2030 te behalen en 80-95% in 2050. Recent heeft de Europese Unie haar doelstelling voor 2030 aangescherpt naar 55 procent reductie. De Nederlandse Klimaatwet bevat de doelstellingen van 49 en 95 procent reductie voor respectievelijk 2030 en 2050. De onderstaande grafiek laat zien hoe het verloop van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland zal zijn als deze doelstellingen gevolgd worden.

 

Doelstellingen en inspanning

Met doelstellingen en NDC’s voorkom je geen CO2-uitstoot. De uitstoot van broeikasgassen voorkom je alleen door daadwerkelijk maatregelen te nemen. Denk daarbij aan de inzet op energiebesparing, het bouwen van kerncentrales, het stimuleren van zonnepanelen op daken en het instellen van een CO2-belasting voor de industrie. Uiteraard willen alle partijen dergelijke maatregelen nemen, maar het schermen met ambitieuze doelstellingen voegt daar niets aan toe. Volgens SGP-jongeren moet de overheid een inspanningsverplichting krijgen om zo snel mogelijk zo veel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Op die manier kun je de overheid aanspreken op hun verantwoordelijkheid om nu actie te ondernemen; dat is onmogelijk met doelstellingen die decennia in de toekomst liggen.

Het nadeel van een inspanningsverplichting is dat zij misschien te vaag is voor een urgent probleem als klimaatverandering. Daarom is het goed om naast de inspanningsverplichting een doelstelling te hebben die gebruikt kan worden als koers. Die doelstelling is wat SGP-jongeren betreft degene die vastgelegd is in het Parijsakkoord, met 95% CO2-reductie in 2050. Het belang van die doelstelling is echter ondergeschikt aan het nemen van daadwerkelijke maatregelen. Daarnaast is het effect van de Nederlandse reductie alleen te meten als onderdeel van een wereldwijde aanpak van de CO2-uitstoot, waarbij grote uitstoters als China en de Verenigde Staten de hoofdrol spelen. Het heeft geen zin om als afzonderlijk land ver voor de troepen uit te lopen. Als we onze CO2-uitstoot sneller kunnen beperken is dat natuurlijk positief, maar voor het klimaat is het niet nodig om die snellere reductie ook te verplichten. Daarnaast is het voorbarig om de doelstellingen aan te scherpen als nog niet eens duidelijk is of de huidige doelstellingen gehaald gaan worden.

 

Maakbaarheidsdenken

Een veelvoorkomend verwijt richting klimaatdoelstellingen is dat ze zouden getuigen van maakbaarheidsdenken. Het veronderstelt dat de mens in staat is om de thermostaat van de aarde heel precies bij te draaien. Anderzijds is de huidige opwarming van de aarde het resultaat van menselijke CO2-uitstoot, dus lijkt het redelijk om te veronderstellen dat een verandering van ons gedrag ook kan leiden tot het voorkomen van opwarming.

Maakbaarheidsdenken ligt meestal niet in de precieze maatregelen die genomen worden, maar in de houding waarmee ze genomen worden. Als CO2-reductie gepresenteerd wordt als de methode waarmee wij met zekerheid een wereldwijd problemen kunnen oplossen, getuigt dat van maakbaarheidsdenken. Als SGP-jongeren erkennen wij dat het menselijk verstand en het menselijk kunnen beperkt is. Dat neemt echter niet weg dat we gebruik moeten maken van de beste informatie die we momenteel hebben om in te schatten wat het effect van ons handelen zijn zal. We hebben de verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk voor de aarde te zorgen. Daarom is het logisch dat we wetenschappers vragen verschillende scenario’s op te stellen om het effect van CO2-reductie op het klimaat vast te stellen.

 

Conclusie

De doelstellingen uit het Parijsakkoord zijn wat SGP-jongeren betreft een goed middel om de koers te bepalen voor de Nederlandse CO2-reductie. Op die manier nemen we onze verantwoordelijkheid en blijven we in de pas lopen met andere landen. Het belangrijkste politieke middel is echter een inspanningsverplichting, waarmee de overheid verplicht wordt zich in te zetten om zo snel mogelijk zo veel mogelijk CO2-uitstoot te verminderen. Op die verplichting kan de overheid van moment tot moment aangesproken worden. De overheid en de politiek moeten zich minder bezighouden met doelstellingen en meer met daadwerkelijke maatregelen.


Blog comments powered by Disqus