Wat SGPJ van het stikstofbeleid vindt in 7 punten

Er is veel discussie over het huidige stikstofbeleid in Nederland. Protesten, overleggen, spoeddebatten... het is een belangrijk onderwerp. Wat vindt SGPJ van het stikstofbeleid? Dat zetten we graag voor je op een rij! Hieronder vind je in 7 punten wat SGPJ van het stikstofbeleid vindt. 

  1. Voedselzekerheid gaat te allen tijde voor. Het is de plicht van de overheid om de burgers van voedsel te voorzien voor zover dit in hun vermogen ligt. Hierbij moet gekeken worden naar de Nederlandse voedselvoorraad zonder import. Import is namelijk een onzekere factor, zoals uit de oorlog met Oekraïne wel blijkt. Doordat wij een Europese lidstaat zijn, is het ook belangrijk om de rol van Nederland in de Europese voedselvoorziening in de gaten te houden. We moeten niet uit het oog verliezen dat de afname van de landbouw leidt tot afname van de productie in Nederland en tot gevolg kan hebben dat de zekerheid van voedsel op termijn in gevaar komt.
  2. Stimuleer en ondersteun agrariërs en waardeer ze voor hun inzet. Het imago van agrariërs is op dit moment beneden peil. Ook de presentatie van de nieuwe stikstofplannen hebben niet veel goeds gebracht. Dit kan en moet verbeterd worden door betere en heldere communicatie vanuit de politiek naar de samenleving. De agrarische sector is van fundamenteel belang voor de samenleving wat betreft natuurbevordering, landschapsinrichting en voedselvoorziening. Het zijn geen milieuterroristen die onze gezondheid in gevaar brengen. Agrariërs staan juist garant voor een goede natuur omdat dit nodig is om gewassen te verbouwen en dieren te verzorgen. Gedwongen uitkoop van boeren past niet bij een goede omgang met de landbouwsector.
  3. Als agrarische sector zijn we op de goede weg. Cumulatie (= opeenstapeling) van stikstof heeft op de lange termijn negatieve gevolgen voor biodiversiteit van planten en dieren, maar hierbij wordt niet verteld dat de stikstofuitstoot vanuit de agrarische sector al met tientallen procenten is afgenomen ten opzichte van tien jaar geleden. Technische ontwikkelingen, innovatie en scherpere maatregelen moeten dan ook met realisme worden ingezet om in de komende decennia tot een sterke reductie van de stikstofuitstoot te komen. Een onrealistisch beleid waarin geen tijd genomen wordt om het probleem op te lossen, getuigt van kortzichtigheid.
  4. Het stikstofprobleem heeft een prijskaartje voor iedereen. Hoewel de agrarische sector een relatief grote uitstoot heeft in Nederland volgens de modellen, is het belangrijk om ook andere sectoren en plannen vanaf het begin mee te nemen en dit duidelijk te communiceren. Transport, industrie maar ook huisdieren hebben een grote impact op de stikstof in Nederland. Bovendien staan stikstof en het klimaat niet los van elkaar. Zo blijkt uit recente berekeningen dat het halen van de klimaatdoelen ruimte schept binnen het stikstofdossier. Daarom moeten we ons niet blindstaren op alleen de agrarische sector.
  5. Herzie en integreer de natuur in Nederland. Op dit moment hebben we een versnipperde indeling wat betreft Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat we aan kritische depositiewaarden (de hoeveelheid stikstof die mag neerslaan zonder dat dit gevolgen heeft voor een ecosysteem) moeten voldoen, ongeacht de ligging in het land. Het samenvoegen van deze gebieden tot grotere eenheden maakt het mogelijk om het beleid te concentreren op enkele plekken in Nederland. Natuur is echter niet alleen iets voor het platteland. Nederland biedt veel mogelijkheden om natuur te integreren in infrastructuur en stedelijk gebied. Hierop moeten inrichtingsplannen worden aangepast.
  6. Bied perspectief en zorg voor een stabiel beleid over langere tijdsperioden. Op dit moment zijn veranderingen binnen de wet- en regelgeving voor de agrarische sector aan de orde van de dag. Zelfs binnen een kabinetsperiode is het beleid aan allerlei veranderingen onderhevig, laat staan tussen twee kabinetten. Voor investeringen en bedrijfsaanpassingen binnen de agrarische sector is het echter essentieel dat beleid over een tijdsperiode van tien tot twintig jaar stabiel blijft. Investeringen kunnen op die manier terugverdiend worden. Dit maakt het risico kleiner en zal meer bedrijven stimuleren een duurzame stap te maken.
  7. Eerlijke prijs. De voedselverwerkingsindustrie en supermarkten moeten een eerlijke prijs betalen voor het voedsel dat Nederlandse boeren produceren. Voorkomen moet worden dat deze bedrijven op zoek gaan naar goedkopere aanbieders in het buitenland, waardoor Nederlandse boeren moeten concurreren met boeren die aan lagere kwaliteitseisen hoeven te voldoen. Dit zal erin resulteren dat de Nederlandse consument een eerlijke prijs betaalt voor zijn voedsel en dat er in Nederland met rendement geboerd kan worden. Hierdoor is schaalvergroting geen voorwaarde meer voor rendement en kan er minder intensief geboerd worden, wat uiteindelijk kan leiden tot reductie van de stikstofuitstoot.

 

Wil je meer lezen over stikstof? Lees de volgende artikelen op sgpj.nl (klik op het artikel van jouw keuze):

  1. Zijn er over 20 jaar nog boeren in Nederland?
  2. Kwantiteit of kwaliteit: stikstofbeleid en de veestapel
  3. 34 euro voor een broodje beenham en 20 euro voor een biertje?!
  4. Duurzaamheid en landbouw in het regeerakkoord: ambitie genoeg, maar ook uitvoerbaar?

Geschreven door Niels van Damme

voorzitter van commissie Duurzame Ontwikkeling en Landbouw. Meer artikelen van Niels van Damme:



Blog comments powered by Disqus