Vrijhandel? Eerlijke handel!

In de serie over knelpunten rondom de agrarische sector dit keer vrijhandel en landbouw in de Europese Unie. De afgelopen jaren heeft de Europese Unie veel handelsakkoorden gesloten. Door oneerlijke vrijhandel dreigen ­­Nederlandse boeren de dupe te worden van ongelijke regelgeving. Wat SGP-jongeren betreft is dat een onwenselijke situatie.

MHP

Een voorbeeld van deze onwenselijke situatie is het Oekraïense bedrijf MHP. Een enorm agrobedrijf dat elk jaar verder uitbreidt. Het bedrijf exporteert kippenvlees en eieren naar Nederland. Deze groei wordt mede mogelijk gemaakt door de EU. Zo heeft de EU het bedrijf al honderden miljoenen aan krediet verleend.[1] Naast de kredieten heeft het bedrijf ook voordeel bij het Nederlandse associatieverdrag met Oekraïne.[2]  Hun producten kunnen daardoor makkelijker en in grotere hoeveelheden naar Nederland geëxporteerd worden. Dit vormt op termijn een bedreiging voor de Nederlandse kippenhouders.

In Oekraïne, waar MHP hoofdzakelijk opereert, gelden namelijk veel minder strenge regels omtrent milieu en dierenwelzijn. Zo wordt de mest op hopen naast de stal gedumpt.[3] Ook maakt het bedrijf gebruik van legbatterijen, die in Nederland verboden zijn. Op Kamervragen over de beoordeling van MHP wordt in het antwoord vermeldt dat de ‘milieueffectrapportages van MHP niet van hoge kwaliteit zijn’.[4] Importeren van producten die onder minder strenge regelgeving geproduceerd zijn, is onwenselijk, omdat het leidt tot oneerlijke concurrentie voor de boeren binnen de EU.

Mercosur

Een ander voorbeeld: de onderhandelingen voor een handelsverdrag tussen de Europese Unie en MERCOSUR, een douaneunie bestaande uit Brazilië, Argentinië, Paraguay and Uruguay hebben twee onwaarschijnlijke bondgenoten bij elkaar gebracht. Zowel boeren als milieu-organisatie hebben zich uitgesproken tegen dit verdrag, dat de handel tussen de twee handelsblokken sterk moet liberaliseren. Het grote pijnpunt is de landbouw; MERCOSUR is een belangrijke producent van met name kippen- en rundvlees. Deze producten zullen meer worden geïmporteerd als de handel geliberaliseerd wordt. Maar ook de import van bijvoorbeeld suiker vanuit MERCOSUR naar de EU zal toenemen. De winnaar binnen de EU is voornamelijk de auto-industrie[5].

Eerlijke handel?

Binnen de EU is de landbouw sterk gereguleerd. Denk aan de fosfaatregeling of regels omtrent dierenwelzijn, voedselveiligheid, gewasbeschermingsmiddelen of antibiotica. Al deze maatregelen gaan ten koste van de efficiency; ze brengen extra kosten mee voor producenten. Oneerlijke concurrentievoordelen kunnen optreden als regels niet uniform worden toegepast, en dat is precies wat er gebeurt in het verdrag met MERCOSUR; voedelveiligheidsregels worden wel meegenomen, maar veel andere regels blijven buiten het verdrag.

Eerlijke concurrentie is alleen mogelijk als geïmporteerde vlees- en andere producten aan dezelfde eisen voldoen, en dat is niet het geval. De dierenwelzijnsregels zijn in landen als Brazilië veel minder

streng dan in Europa, wat oneerlijke concurrentievoordelen oplevert. Een probleem kan zich nu voordoen bij de handel in gewassen als tarwe. Het gewasbeschermingsbeleid in Europa is veel strenger dan bijvoorbeeld Brazilië.

Ontbossing

Ook zijn er duurzaamheidsbezwaren. Zuid-Amerikaanse vleesproductie is belastender voor het milileu, onder meer doordat Amazonebossen worden vervangen door weidegronden. In een studie  is de uitstoot van CO2 door de exportproductie van MERCOSUR naar de EU bij een vrijhandelsverdrag berekend op 88 megaton, terwijl die emissies slechts 45.4 megaton zou zijn als het vlees binnen de EU zou worden geproduceerd.[6] Ter vergelijking: De Nederlandse landbouwsector moet 3,5 megaton emissiereductie realiseren volgens het Klimaatakkoord.

Conclusie

We stellen in Europa bijzonder strenge eisen aan onze boeren. Het past niet om hen te confronteren met zware competitie uit landen waar boeren niet aan zulke strenge eisen hoeven te voldoen.

Daarnaast zou de EU strengere eisen moeten stellen aan bedrijven waaraan zij krediet verleent. Dit geldt met name voor bedrijven buiten de EU die met minder strenge regelgeving te maken hebben. Daarnaast zou het goed zijn als de EU met financiering prioriteit geeft aan bedrijven binnen de EU.

Geschreven door Tjeerd Visser

Commissielid Duurzame Ontwikkeling en Landbouw. Meer artikelen van Tjeerd Visser:



Blog comments powered by Disqus