VMBO

Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) verdient veel aandacht. Meer dan vijftig procent van de leerlingen gaat namelijk naar het vmbo. Tussen het beroepsonderwijs en het onderwijs op de havo/vwo zitten grote verschillen, wat vooral moet blijven. Het beroepsonderwijs mag niet te theoretisch benaderd worden. Het vmbo bestaat namelijk uit veel doeners, met een praktisch denkvermogen.

 

Docent centraal

 

SGP-jongeren vindt dat de docent een centrale rol speelt. Zowel docenten afkomstig uit de praktijk als docenten die theoretische vakken praktisch kunnen benaderen zijn onmisbaar. Aandacht voor vakken als Nederlands en wiskunde verdienen extra aandacht, maar de vertaalslag naar de praktijk moet duidelijk aanwezig blijven (‘wat heb ik er als elektricien eigenlijk aan?’).  

 

Beroepsoriëntatie en stages

 

Veel vmbo’ers weten niet goed welke richting ze op willen na het vmbo. SGP-jongeren vindt het belangrijk dat loopbaan- en beroepsoriëntatie (voorlichting over inhoud, vooruitzichten en opleiding) een belangrijke rol verdient binnen alle vier de opleidingsjaren. Beroepsoriëntatie en ervaringen opdoen betekent ook aandacht voor de praktijk in alle leerjaren. Verschillende stages bij bedrijven en organisaties in met name de bovenbouw van het vmbo zijn erg belangrijk.

 

Doorlopende leerlijn vmbo-mbo2

 

Ook moeten vmbo-scholen (meer) gestimuleerd worden om samen te werken met het middelbaar beroepsonderwijs, zodat de continuïteit van het onderwijsprogramma gegarandeerd kan worden. De overstap naar het mbo is voor veel leerlingen namelijk te groot, waardoor er jaarlijks teveel leerlingen uitvallen en hun startkwalificatie (minimaal mbo-2) niet halen. Daarom pleit SGP-jongeren voor het invoeren van de doorlopende leerlijn vmbo-mbo-2, waarbij het mbo-niveau2 en de bovenbouw van de vmbo-basisberoepsgerichte leerweg zijn samengevoegd. Vernieuwend, maar realiseerbaar!

 

Vakscholen

 

Tenslotte wil SGP-jongeren meer ruimte voor vmbo-vakcolleges en vakscholen. Op die manier kunnen leerlingen worden opgeleid voor beroepen met een goede kans op werk en doen ze de nodige werkervaring op. Belangrijk bij vakcolleges en –scholen is dat allereerst vmbo, mbo en het bedrijfsleven (leerbedrijven) nauw samenwerken, als tweede moet de leerling een praktisch concrete leerstijl worden aangeboden die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden en talenten en de arbeidsmarkt en als derde is er niet alleen aandacht voor beroepsontwikkeling maar ook voor persoonlijke groei en burgerschapsvorming.

 

- Duidelijke praktijkvertaling van theoretische vakken voor vmbo.

 

- Stimulatie van loopbaan en beroepsoriëntatie door events, praktijkdagen, stages etcetera.

 

- Invoeren doorlopende leerlijn vmbo-mbo 2, samenvoeging mbo niv. 2 en vmbo basis.

 

- Ruimte voor vmbo-vakcolleges en scholen met nauwe samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven.