Pro-life

 

 

Abortus provocatus vinden de SGP-Jongeren, met uitzondering van situaties waarin er een levensbedreigende situatie voor de moeder is ontstaan, op geen enkele wijze aanvaardbaar. Tegelijk keren wij ons tegen de huidige seksuele moraal in onze samenleving. Ook roepen wij de regering op de beraadtermijn, een bedenktijd van vijf dagen voor de vrouw alvorens tot abortus over te gaan, tenminste te handhaven. Daarnaast moet de zogenaamde overtijdbehandeling verboden of tenminste wettelijk geregeld worden. Verder zal de overheid moeten investeren in het voorkomen van ongewenste zwangerschappen, met name onder allochtone bevolkingsgroepen. Tenslotte hechten wij veel waarde aan ondersteuning en begeleiding van ongewenst zwangere vrouwen. Wij pleiten dan ook voor extra financiële middelen voor organisaties die deze hulp bieden. Daarnaast moeten abortusinstellingen, als eerste aanspreekpunt voor de meeste ongewenst zwangere vrouwen, verplicht objectieve informatie en alternatieven aanbieden. Hierbij valt te denken aan adoptie of begeleiding.

 

- Alle actieve levensbeëindigende praktijken moeten strafbaar worden gesteld;
- Er moet meer geld komen voor goede palliatieve zorg;
- Mantelzorg in de palliatieve fase dient gestimuleerd te worden.
- De bedenktermijn van vijf dagen voor vrouwen die abortus provocatus willen laten toepassen, moet ten minste gehandhaafd blijven.
- Er moet controle komen op de objectiviteit en volledigheid van voorlichting in abortusklinieken

 

Euthanasie

 

 

 

Mensen in nood moeten de hulp krijgen die zij op dat moment nodig hebben. Steeds vaker wordt ook in allerlei situaties de dood als hulp gezien. De SGP is er heilig van overtuigd dat deze keuze niet goed is. Heftige pijn, de ontluistering bij dementie en een jong kind met een ernstige handicap betekenen veel leed voor de betrokkene en zijn omgeving. Euthanasie, levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding zijn dan echter geen oplossing, maar een noodgreep. Het bekorten van het leven, noch het onnodig verlengen van het stervensproces zijn in overeenstemming met respect voor de waarde van het menselijk leven. Palliatieve zorg is hier op zijn plaats.
Er wordt gelukkig naar gestreefd om zelfdoding zoveel mogelijk te voorkomen. In de lijn hiervan dient ook werk gemaakt te worden van het streng aanpakken van informatie over zelfdoding via boeken, websites en consulenten, omdat deze in strijd is met de noodzakelijke eerbied voor het leven.

  • Elke vorm van zelfdoding wordt zoveel mogelijk bestreden. De overheid neemt meer preventieve maatregelen om mensen tegen zichzelf te beschermen.
  • Euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging van gehandicapte pasgeborenen worden niet langer toegestaan. Verlichting van het lijden is een betere weg.
  • Het Openbaar Ministerie moet weer voluit betrokken zijn bij de toetsing van euthanasie. Het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie moet zo aangepast worden, dat er bij onzorgvuldigheid consequent wordt opgetreden. Ten minste dient er toetsing vooraf plaats te vinden.
  • Euthanasie uit vrije keuze is in strijd met de eerbied voor het leven. Er mag geen verruiming van de gronden voor euthanasie plaatsvinden – zoals ‘klaar met het leven zijn’ of de vrees voor toekomstig lijden. Elke vorm van euthanasie bij mensen die hun wil niet kunnen uiten, is een nog veel ernstiger misgreep. Uitbreiding van de mogelijkheden voor euthanasie bij dementie of welke andere grond ook of levensbeëindiging van kinderen en jongeren, mag niet worden toegestaan.
  • De strafrechtelijke bepalingen over hulp bij zelfdoding worden ten minste uitgebreid met een verbod op het op welke wijze ook bieden van algemene informatie over methoden waarop men zijn leven kan beëindigen.
  • Terminale sedatie mag op geen enkele wijze gebruikt worden als route om de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie te ontlopen.