Medische ethiek

Het menselijk leven is een kostbaar geschenk van God. We mogen daar niet achteloos aan voorbij gaan alsof een nieuw mensenleven enkel een ‘klompje cellen’ is. Ook blijft het leven waardevol, wanneer een mens aan het einde van het leven met veel pijn en moeite geconfronteerd wordt. 

 

 

 

Het begin van het leven
Elk mensenleven is daarom beschermwaardig, ook het leven dat nog niet geboren is en in een pril stadium verkeert. De Wet afbreking zwangerschap spreekt met mooie woorden over de ‘bescherming van het ongeboren leven’, maar intussen werken de zorgvuldigheidseisen niet zoals het zou moeten. In de praktijk gaat het vermeende recht van de vrouw op abortus in veel gevallen ten koste van het leven van het kind. Deze Abortuswet is in strijd met de menselijke waardigheid en moet vervallen. Zolang deze wet nog bestaat, moeten er duidelijke waarborgen komen die werkelijk gericht zijn op de bescherming van ongeboren leven. Daarbij is een sterke verlaging van de abortusgrens een belangrijke stap in de goede richting, maar niet voldoende. Het taboe op het beperken van de mogelijkheden voor abortus moet verdwijnen. Elk initiatief daartoe kan op onze steun rekenen.

  • De bescherming van het leven moet ook voor ongeborenen in de Grondwet worden vastgelegd.
  • Het begrip ‘noodsituatie’ bij abortussen moet duidelijk worden afgebakend.
  • De beraadtermijn in de Abortuswet die vrouwen verplicht om zich vijf dagen te bezinnen op de vraag of zij een andere oplossing zien, moet ook echt een beraadtermijn en geen wachttijd zijn. Voor iedere vrouw die hulp zoekt, moet deze termijn concrete invulling krijgen. Iedere vrouw moet keuzegesprekken en psychosociale begeleiding aangeboden krijgen. Alternatieven als adoptie, pleegzorg, financiële ondersteuning en opvang voor tienermoeders moeten met overtuiging aangeboden worden aan iedere vrouw die hulp zoekt. Deze alternatieven dienen nadrukkelijk deel uit te maken van de gedragsrichtlijnen bij abortus. De Inspectie behoort op de naleving hiervan streng toe te zien.
  • De overtijdbehandeling die tot een zwangerschap van zeven weken kan worden toegepast is precies hetzelfde als een abortus. Een zogenaamde ‘flexibele beraadtermijn’ is niets waard. Er is geen reden om deze behandeling anders tegemoet te treden dan een abortus: de beraadtermijn moet gelijk zijn. Ten minste vijf dagen dus.
  • Met name tienermoeders lopen tegen allerlei praktische en financiële problemen aan als zij ongewenst zwanger zijn. Voor hen dient verspreid over het land voldoende hulp en opvang beschikbaar te zijn. Op dit moment is de capaciteit veel te klein en de financiering onzeker. De SGP stelt voor deze belangrijke vorm van hulp aan mensen met meestal complexe problemen extra geld beschikbaar. Ook dient er voor hen één loket beschikbaar te zijn waar zij met hun (praktische) vragen terecht kunnen.
  • Hulpverlening bij ongewenste zwangerschappen en keuzegesprekken dienen buiten de abortusklinieken door onafhankelijke hulpverleners plaats te vinden.
  • Beëindiging van een zwangerschap vanwege een gevreesde handicap is selectie van ongeboren kinderen en daarom ontoelaatbare discriminatie van gehandicapt leven. Omdat de twintig wekenecho en prenataal onderzoek vaak blijken te leiden tot een abortus als er kans is op een gehandicapt leven, moet met dit onderzoek zeer terughoudend omgegaan worden. Het leven is niet maakbaar en de onderzoeken leveren geen volledig beeld op. Zolang abortus is toegestaan, mag het onderzoek pas na afloop van de abortustermijn plaatsvinden. Zulke onderzoeken zijn alleen te verantwoorden wanneer er werkelijk behandelmogelijkheden voor het ongeboren kind zijn. Er moet daarom duidelijk voorlichtingsmateriaal meegegeven worden waarin objectieve en volledige informatie gegeven wordt over de waarde van gehandicapt leven.
  • In abortusklinieken vindt geen medisch noodzakelijke zorg plaats. Zolang zij nog niet gesloten zijn, worden zij niet langer uit publieke middelen gefinancierd.
  • Abortus is geen ‘exportproduct’. Abortusboten of mobiele klinieken krijgen of houden geen vergunning.
  • Elke vorm van selectie van embryo’s is een slechte zaak. Een embryo is immers menselijk leven in een pril stadium. Embryo’s verbruiken als onderzoeksmateriaal of embryo’s vooraf testen op geslacht of kenmerken van ziekten en aandoeningen moet worden tegengaan. De verruimde mogelijkheden voor embryoselectie worden ingetrokken.
  • Er mag geen genetisch onderzoek worden toegestaan dat niet voldoet aan ethische criteria, waarbij de eerbied voor het leven het belangrijkste ijkpunt is. Ook mag genetisch materiaal slechts worden gebruikt voor scherp afgebakende doelen.
  • Voor stamcelonderzoek mogen alleen volwassen stamcellen gebruikt worden. Dit onderzoek moet door de overheid worden gestimuleerd.
  • Het verbod op therapeutisch kloneren blijft gehandhaafd en wordt permanent.
  • De internationale handel met erfelijk materiaal van mensen via internet moet met kracht worden bestreden.

Het einde van het leven
Rond het levenseinde van mensen is er vaak veel nood: existentiële noden, ondraaglijke pijn, onpeilbaar leed en onbeschrijflijke eenzaamheid. Voor een deel kan het leed weggenomen worden door kwalitatief hoogwaardige palliatieve zorg. Door goede pijnbestrijding, psychosociale, pastorale en liefdevolle zorg aan het (sterf)bed. Niet alleen voor de patiënt zelf, maar ook gericht op diens naasten. De SGP stelt daarom extra geld beschikbaar voor de palliatieve zorg.

  • Er komen meer voorzieningen voor palliatieve zorg voor kinderen.
  • Palliatieve zorg wordt opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering.
  • Mensen die als gevolg van ouderdom, in combinatie met hartfalen, COPD, neurologische aandoeningen of het dementeringsproces een zeer beperkte levensverwachting hebben, moeten ook in aanmerking kunnen komen voor palliatieve zorg.
  • In de opleiding van artsen, verpleegkundigen en verzorgenden moet meer en blijvende aandacht komen voor hoogwaardige palliatieve zorg.
  • Palliatieve zorg wordt vaak veel te laat ingezet. Ketenzorg in de palliatieve fase is daarom van groot belang. Het inzetten van multidisciplinaire begeleidingsteams die vanaf het ‘slecht nieuws’-gesprek tot na het overlijden betrokken zijn, wordt gestimuleerd.
  • Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar als het gaat om palliatieve zorg. Mantelzorgers worden zo goed mogelijk betrokken en begeleid bij het zorgproces.
  • Het instellen van een leerstoel voor palliatieve zorg wordt ondersteund.

Mensen in nood moeten de hulp krijgen die zij op dat moment nodig hebben. Steeds vaker wordt ook in allerlei situaties de dood als hulp gezien. De SGP is er heilig van overtuigd dat deze keuze niet goed is. Heftige pijn, de ontluistering bij dementie en een jong kind met een ernstige handicap betekenen veel leed voor de betrokkene en zijn omgeving. Euthanasie, levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding zijn dan echter geen oplossing, maar een noodgreep. Het bekorten van het leven, noch het onnodig verlengen van het stervensproces zijn in overeenstemming met respect voor de waarde van het menselijk leven. Palliatieve zorg is hier op zijn plaats.
Er wordt gelukkig naar gestreefd om zelfdoding zoveel mogelijk te voorkomen. In de lijn hiervan dient ook werk gemaakt te worden van het streng aanpakken van informatie over zelfdoding via boeken, websites en consulenten, omdat deze in strijd is met de noodzakelijke eerbied voor het leven.

  • Elke vorm van zelfdoding wordt zoveel mogelijk bestreden. De overheid neemt meer preventieve maatregelen om mensen tegen zichzelf te beschermen.
  • Euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging van gehandicapte pasgeborenen worden niet langer toegestaan. Verlichting van het lijden is een betere weg.
  • Het Openbaar Ministerie moet weer voluit betrokken zijn bij de toetsing van euthanasie. Het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie moet zo aangepast worden, dat er bij onzorgvuldigheid consequent wordt opgetreden. Ten minste dient er toetsing vooraf plaats te vinden.
  • Euthanasie uit vrije keuze is in strijd met de eerbied voor het leven. Er mag geen verruiming van de gronden voor euthanasie plaatsvinden – zoals ‘klaar met het leven zijn’ of de vrees voor toekomstig lijden. Elke vorm van euthanasie bij mensen die hun wil niet kunnen uiten, is een nog veel ernstiger misgreep. Uitbreiding van de mogelijkheden voor euthanasie bij dementie of welke andere grond ook of levensbeëindiging van kinderen en jongeren, mag niet worden toegestaan.
  • De strafrechtelijke bepalingen over hulp bij zelfdoding worden ten minste uitgebreid met een verbod op het op welke wijze ook bieden van algemene informatie over methoden waarop men zijn leven kan beëindigen.
  • Terminale sedatie mag op geen enkele wijze gebruikt worden als route om de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie te ontlopen.

Orgaandonatie dient een persoonlijke keuze van mensen te zijn. Elke claim van de overheid op organen via het stelsel van orgaandonatie, mag niet worden goedgekeurd. Ook het vóór het overlijden reeds ontnemen van organen mag niet de praktijk worden. Er komt meer aandacht voor goede voorlichting en zorgvuldige procedures in ziekenhuizen.