Integratiebeleid

In Nederland leven meer dan een miljoen allochtonen. Velen van hen zijn in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw als gastarbeider naar Nederland gekomen of zijn kinderen dan wel kleinkinderen van deze gastarbeiders. Daarnaast biedt Nederland onderdak aan politieke vluchtelingen. Tevens is de verwachting dat de komende jaren vele immigranten uit Oost-Europa naar Nederland trekken. Hoe kunnen al deze mensen goed meedoen in de samenleving? Volgens SGP-jongeren zijn onderwijs en werk de belangrijkste voorwaarden.

 

Afgelopen jaren zijn er strengere maatregelen genomen om de integratie te verbeteren. De nadruk ligt hierbij sterk op de plichten van de nieuwkomers. Van groot belang is dat iedere immigrant zich houdt aan de Nederlandse regels en wetten. Daarnaast is het spreken van de Nederlandse taal een basisvoorwaarde voor integratie.

Ook is onderwijs van groot belang. Veel allochtonen hebben taalachterstanden en presteren minder op school. Er moet streng toezicht zijn op de prestaties van de zogenoemde zwarte scholen. Docenten moeten goed Nederlands spreken en gekwalificeerd zijn.

 

Wij eisen van nieuwkomers niet dat zij volledig opgaan in onze samenleving. Culturele verscheidenheid is traditioneel een kenmerk van de Nederlandse maatschappij. Wel verwachten wij dat ze de Nederlandse taal spreken (ook in onderling contact), de Nederlandse regels en wetten respecteren en zich inzetten voor deelname aan de samenleving.

 

- Inburgering voor nieuwkomers is verplicht.

 

- SGP-jongeren pleiten voor het opzetten van een ‘buddy-systeem’. Hierbij wordt een nieuwkomer gekoppeld aan een autochtone burger die hem vrijwillig wegwijs maakt in de Nederlandse samenleving.

 

- Streng toezicht op ‘zwarte scholen’ is belangrijk om onderwijsfalen tegen te gaan.