Hoger onderwijs

Het onderwijs is de motor van onze kennisintensieve samenleving. Het hoger onderwijs (wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs) behoort te voldoen aan de toenemende vraag van de wereldwijde arbeidsmarkt naar hoger opgeleiden. De onderwijsinspectie houdt toezicht op ongeveer zeventig door de overheid bekostigde hogescholen en universiteiten, alsook op evenveel hogescholen en universiteiten die niet worden bekostigd door de overheid maar waarvan zij de diploma’s erkent als gelijkwaardig aan die van de bekostigde onderwijsinstanties.

 

Gedegen toezicht op kwaliteit van onderwijs is belangrijk, maar de toenemende macht en invloed van de onderwijsinspectie baart zorgen. De inspectie dient alleen te waken op het wat en niet op het hoe.

 

SGP-jongeren streeft naar een duurzaam model op het gebied van studiefinanciering, een goede balans tussen investeren in kenniseconomie en aangaan van staatsschulden. SGP-jongeren is daarom niet tegen bezuinigingen op de studiefinanciering, maar wil wel blijvend zoeken naar het beste alternatief. Hierbij dient een heroverweging plaats te vinden of de geldstromen via particuliere studenten of via de onderwijsinstelling dienen te lopen.

 

Het hoger onderwijs dient zich in te zetten op kennis én vaardigheden, waarbij vooral de kennis niet onderbelicht mag worden. SGP-jongeren beveelt een goede samenwerking aan tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven/onderzoek. Hogere collegegelden zijn volgens haar niet noodzakelijk om extra geld te genereren.  Om het aantal goede leraren (inspirerende voorbeeldfiguren met gespecialiseerde kennis en brede vorming) op peil te krijgen en te houden, is SGP-jongeren van mening dat jonge aanwas niet alleen een goede begeleiding dient te krijgen, maar ook ruimte moet krijgen om vernieuwing te  brengen.

 

- Beperktere rol voor onderwijsinspectie en gericht op het wat en niet het hoe.

 

- Duurzaam model financiering hoger onderwijs met nodige bezuiniging.

 

- Inzet op kennis en vaardigheden, met nadruk op kennis.

 

- Betere samenwerking en integratie van bedrijfsleven met scholen.

 

- Geen hogere collegegelden.

 

- Ruimte voor docenten om te vernieuwen.