Havo/VWO

De havo en het vwo zijn er voor de meer intellectueel ontwikkelde leerlingen. Om ons kennisniveau in internationaal opzicht op peil te houden, is het belangrijk om veel aandacht te schenken aan de kwaliteit binnen de havo en het vwo. Daarnaast is het belangrijk dat ook de aansluiting naar hbo en universiteit goed is en soepel verloopt.

 

In 1998 is in de bovenbouw van het havo en vwo de Tweede Fase ingevoerd. Centraal hierin stonden brede vorming en nadruk op vaardigheden, grote keuzevrijheid voor de leerling (keuzeprofielen, keuzevakken) en zelfwerkzaamheid van de leerling. In de praktijk werkte dit niet: leerlingen bleken te weinig kennis op te doen, simpelweg om dat ze daartoe niet altijd voldoende gemotiveerd waren. We moeten dus concluderen dat het een illusie is om veel zelfstandigheid van deze jonge leerlingen te verwachten. Kennisoverdracht moet, zeker in het vwo, weer centraal komen te staan. Vaardigheden mogen geen doel op zich worden, maar dienen ‘terloops’ aangeleerd worden. Natuurlijk is er wel een verschil tussen het meer kennisgerichte vwo en het meer praktijkgerichte havo.

 

Wij staan ervoor dat het gymnasium voor de veelbelovende vwo-leerlingen zijn bijzondere ereplaats met het onderwijs in de klassieke talen weer terugkrijgt. Waar zouden we anders onze beleerde en belezen wetenschappers vandaan halen? Vakken die algemene vorming beogen (zoals Algemene Natuurwetenschappen en Culturele Kunstzinnige Vorming), kunnen zeker zinvol zijn, maar over de invulling daarvan moet wel goed nagedacht worden.

 

Niet de leerling, maar de docent bepaalt de inhoud en kwaliteit van het onderwijs (zie verder het onderwerp Docent). Door het prikkelen van de leerling moet deze de kennis uit de leraar trekken en zelf op zoek gaan naar nog meer kennis. Alléén met een solide kennisfundament, dat hand in hand gaat met enthousiasme en aangeleerde vaardigheden, kunnen havisten en vwo’ers vruchtbaar functioneren in het hoger onderwijs en uiteindelijk in de maatschappij!

 

- Aandacht voor kwaliteit in havo en vwo en aansluiting op vervolgopleidingen.

 

- Kennisoverdracht centraal, vaardigheden komen daarna.

 

- Brede algemene vorming, zeker op vwo; scholen krijgen hiertoe veel vrijheid.

 

- Docent krijgt vrijheid om inhoud en kwaliteit van onderwijs vorm te geven.