Bestuur en bestuurlijke vernieuwing

We staan achter de democratie als staatsvorm. Echter, we wijzen soevereiniteit van het volk af, omdat dit idee voortkomt uit de gedachtegang dat de meerderheid bepaalt wat ‘waar’ en ‘goed’ is.
Bestuurlijke hervorming wordt vaak gezocht in nieuwe structuren en nieuwe bevoegdheden. Het bestuur wordt echter vormgegeven door personen. Zij zijn de dragers van een systeem, wanneer zij betrouwbaar en deskundig handelen, is veel bestuurlijke vernieuwing overbodig.
Vernieuwingen in het kiesstelsel hebben tot doel de afstand tussen politiek en burger te verkleinen, terwijl het slechts een lapmiddel is voor politici die de binding met hun achterban zijn kwijtgeraakt. Referenda zijn wat ons betreft alleen verdedigbaar bij helder omschreven, lokale onderwerpen. Alleen in dat geval is het mogelijk om met een ‘ja’ of een ‘nee’-stem een zinvolle uitspraak te doen. Een veelomvattend onderwerp als de Europese grondwet is niet geschikt voor directe raadpleging van het volk.
Ook een direct gekozen burgemeester is niet wenselijk. Zijn/haar programma kan in botsing komen met dat van de gemeenteraad. Daarom willen wij een door de gemeenteraad gekozen burgemeester. Dit zou aansluiten op de huidige praktijk en de herkenbaarheid voor de kiezer vergroten. De bestuurlijke verhoudingen zijn helder en de gemeenteraad blijft het machtigst. Ook een gekozen formateur of -premier brengt het risico met zich mee dat hij/zij van een andere politieke kleur is dan de coalitiepartijen. Daarom is dit idee niet uitvoerbaar.
Met het instellen van adviescommissies moet men terughoudend omgaan; commissies dienen een afgebakende taak te hebben en moeten niet gebruikt worden om een ingewikkeld dossier af te schuiven.
Na de totstandkoming van het regeerakkoord dient elke Nederlander puntsgewijs het akkoord in de brievenbus te ontvangen. Hierin moet aangegeven worden wat de afspraken zijn op probleemgebieden die veel Nederlanders bezighouden: veiligheid, asielbeleid, vermindering van de regelgeving, aanpak van de werkloosheid. Aan het eind van de regeerperiode kan men dan de regeringscoalitie afrekenen op het wel of niet waarmaken van de gedane beloften.