Palestijnen zoeken heil bij Internationaal Strafhof

Begin deze maand bezocht de Palestijnse minister van buitenlandse zaken Riad Al Malki ons land. Hij had in Den Haag immers te vieren dat de toetreding van de Palestijnse Autoriteit tot het Internationaal Strafhof (ICC) op 1 april werd bevestigd. Tot grote frustratie van Israël en de Verenigde Staten. Waarom ligt deze toetreding zo gevoelig, en hebben Palestijnen niet gewoon het recht om toe te treden?

Palestijnen zoeken heil bij Internationaal Strafhof

Begin deze maand bezocht de Palestijnse minister van buitenlandse zaken Riad Al Malki ons land. Hij had in Den Haag immers te vieren dat de toetreding van de Palestijnse Autoriteit tot het Internationaal Strafhof (ICC) op 1 april werd bevestigd. Tot grote frustratie van Israël en de Verenigde Staten. Waarom ligt deze toetreding zo gevoelig, en hebben Palestijnen niet gewoon het recht om toe te treden?

Ons land is gastland van het ICC, een permanent hof die zich bezighoudt met het vervolgen en berechten van personen die verdacht worden van ernstige misdrijven tegen de mensheid. Te denken valt aan genocide en oorlogsmisdaden. Na een lange geschiedenis is de Palestijnse Autoriteit het 123e lid. Overigens zijn Amerika en Israël geen lid omdat ze het Statuut van Rome nooit hebben geratificeerd.

Zoals gezegd wil de Palestijnse Autoriteit al sinds lange tijd toetreden, maar werd om verschillende redenen afgewezen. Voor de Palestijnen is deze stap echter belangrijk om Israëlische daden te kunnen melden bij het ICC. Het ICC zal zelf beslissen of ze een onderzoek start naar mogelijke oorlogsmisdaden. Het ICC vervolgt geen staten, maar kan bedrijven, soldaten en politici tot onderwerp van onderzoek en vervolging maken.

Er zijn veel redenen te noemen waarom deze Palestijnse toetreding onwenselijk is. Allereerst heeft de Palestijnse Autoriteit een dubieuze relatie met de terroristische organisatie Hamas. Alleen al het enthousiasme waarmee Hamas reageerde op het nieuws dat de PA lid werd van het ICC belooft weinig goeds. Ook is de Palestijnse Autoriteit met Abbas aan de leiding helemaal geen goed functionerende staat. Abbas heeft eigenhandig al meermalen zijn termijn opgerekt, de corruptie tiert welig, (zelfmoord)terrorisme is tot deugt verheven en grote delen van Palestijns gebied heeft Abbas niet onder controle. Het (internationale) recht staat dus ook bij de PA niet altijd even hoog in het vaandel.

Voor Palestijnen zijn de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever een doorn in het oog. De werkwijze van Israël is vaak onwenselijk en doet geen recht aan het bezit van Palestijnen. Maar het is de vraag of het ICC wel moet beslissen over gevoelige zaken als dit, die direct te maken hebben met het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Helaas zit er door toedoen van beide kanten weinig schot in de zaak. Deze stap maakt het alleen maar ingewikkelder. Ook heeft het ICC zich tot taak gesteld om oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid te berechten. Ondanks de treurige realiteit in dit conflict is het maar de vraag of hiervan direct sprake is. In elk geval komt het nederzettingenbeleid niet direct in aanmerking om door het Hof behandeld te worden, gezien haar taakstelling.

Misdaden moeten gestraft worden en het recht zegevieren. Beide partijen zouden dat zelf moeten waarborgen. Voorkomen moet worden dat het ICC een wapen wordt. De laatste ontwikkelingen tonen des te meer aan dat vredesonderhandelingen grote prioriteit moeten hebben. Escalatie van het conflict moet vermeden worden. Wederzijdse erkenning zou een eerste stap zijn. Daar is het ICC helemaal niet voor nodig. 


Blog comments powered by Disqus