Het failliet van de koopzondag

Sinds 1 juli 2013 mogen gemeentes zelf bepalen hoeveel koopzondagen zij per jaar willen. Vanaf dat moment kiezen gemeentes massaal voor het invoeren van de koopzondag. Vorige week gingen in de gemeentes Zuidplas en Groningen de lichten op groen. Ede vervroegde de beslisdatum. Aan deze trend moet iets veranderen.

Sinds 1 juli 2013 mogen gemeentes zelf bepalen hoeveel koopzondagen zij per jaar willen. Vanaf dat moment kiezen gemeentes massaal voor het invoeren van de koopzondag. Vorige week gingen in de gemeentes Zuidplas en Groningen de lichten op groen. Ede vervroegde de beslisdatum. Aan deze trend moet iets veranderen.

Winkeltijdenwet tot Winkelsluitingswet
Vroeger ging dit heel anders. Onze grootouders hadden vaak een winkel aan huis die zes dagen per week open was. Vrije tijd was er niet voor winkeliers, de winkel was alleen gesloten als iedereen sliep. Om deze situatie te verbeteren, kwam in 1976 de Winkelsluitingswet tot stand. In 1996 verving de Winkeltijdenwet de Winkelsluitingswet. Verworven vrijheden werden klakkeloos terzijde geschoven. Ook nu gebeurt dit. Maar willen we dit ook?

‘Ja’ op koopzondag
Gemeentebesturen antwoorden vaak volmondig ‘ja’ als de koopzondag ter sprake komt. Hun motivatie is als volgt: In het weekend zijn er meer mensen die gaan shoppen, en dichte winkels zijn nu eenmaal niet aantrekkelijk. En ook al zouden er weinig ‘shoppers’ komen, dan stel je de koopzondag nog steeds open om te voorkomen dat eigen inwoners naar een buurgemeente gaan (waar de winkels wel open zijn). Ook zou de koopzondag een positieve bijdrage leveren aan de lokale economie. Economie is echter niet alles, rust en sociaal leven zijn essentieel voor een gezonde samenleving.

Praktische bezwaren
De gemeente beslist, maar winkeliers moeten het gaan doen. En daar zit het probleem. Eenmanszaken en kleine winkeliers hebben vaak te weinig personeel. Daardoor komt openstelling vaak op het bordje van één persoon terecht. Gesloten blijven wordt vaak als onmogelijk gezien; de klanten gaan gewoon naar de concurrent. Als je al gesloten blijft, kunnen pandverhuurders eisen dat jouw winkel wel opengaat, of de gemeente kan je een boete opleggen.
Omdat het de ondernemers zijn die het besluit moeten uitvoeren, is het gemeentebestuur verplicht een enquête onder de winkeliers te houden. Hieruit komt vrijwel altijd naar voren dat bijna alle ondernemers tegen zondagsopenstelling zijn.  Echter, gemeentes negeren de enquête en drukken hun zin toch door (Groningen). Ondernemers hebben het nakijken, en zullen vaak om economische redenen toch hun winkel openen.

Aanbevelingen
Er moet iets veranderen. Daarom doen we twee praktische aanbevelingen die los van elkaar de positie van ondernemers versterken:
- Laat ‘Den Haag’ het aantal koopzondagen weer vaststellen en beperk het aantal tot twaalf. De prikkel om de winkels te openen wordt zo gedeeltelijk weggenomen.
- Maak het onderzoek onder de winkeliers meer bindend. Als 67% van de ondernemers tegen openstelling is, moet de raad dit verplicht respecteren.

Principieel gezien betreurt SGP-jongeren de koopzondag zeer. Geen koopzondag in geen enkele gemeente is en blijft ons doel! Maar ook praktisch gezien rammelt de koopzondag. De wensen van ondernemers zijn duidelijk, maar worden volledig genegeerd. Daarom verdienen ondernemers onze steun!

Arthur Polder
Commissie Sociaal Economische Zaken


Blog comments powered by Disqus