Gemengd bedrijf heeft de toekomst

De afgelopen tijd zijn er grote problemen in de melkveehouderij. Veel boeren staan onder zware financiële druk. Door de snelle en ongeremde groei van de veestapel, is er teveel melk. Hierdoor is de melkprijs gedaald tot ver onder de kostprijs. Veel boeren leven dan ook in onzekerheid. Kunnen ze hun bedrijf wel voortzetten in de toekomst? Terwijl er veel nagedacht wordt over een oplossing voor de korte termijn, moeten we ook nadenken over een oplossing voor de lange termijn. Hoe kunnen we voorkomen dat crisissen in de melkveehouderij zich zullen herhalen in de toekomst?

Een gemiddeld melkveebedrijf heeft ongeveer 95 koeien. En daarbij ca. vijftig hectare land, volgens onderzoek van Wageningen Universiteit. Het land wordt gebruikt als weide of voor de teelt van veevoer. Het enige hoofdproduct van een melkveebedrijf is simpel melk. Het nadeel van deze bedrijven: er is geen sprake van risicospreiding. Hierdoor hangt alles van het ene product af.

 

Een voorbeeld van risicospreiding zien we op een akkerbouwbedrijf. Op een gemiddeld akkerbouwbedrijf worden meerdere gewassen geteeld, zoals tarwe, aardappels, suikerbieten, uien en wortels. Doordat er meerdere gewassen zijn, is er sprake van risicospreiding. Stel dat de uienoogst zou mislukken, dan zit de boer niet helemaal zonder inkomsten omdat hij nog andere gewassen heeft. Er is nog een voordeel. Als er jaarlijks veel aardappels geteeld worden, daalt de aardappelprijs sterk. Een boer kiest er dan voor om minder aardappels te telen en bijvoorbeeld meer wortels te telen. Wat kan de melkveehouderij leren van deze manier van risicospreiding?

 

Willen we geen beperking van de melkproductie, maar de markt zijn gang laten gaan, dan zullen melkveehouders naast melk ook een andere productietak moeten hebben. Dit kan bijvoorbeeld akkerbouw, groenteteelt, fruitteelt of een andere tak in de veeteelt zijn. Zo lopen veehouders minder risico en wordt de productie van melk gereguleerd door de vraag naar melk. Op het moment dat er teveel melkproductie is, kan een boer minder koeien gaan houden en iets meer met de andere productietakken gaan doen. Verder heeft dit als voordeel dat er sprake is van lokale kringlopen op zulke bedrijven, met bijvoorbeeld mest.

 

Bij een gemengd bedrijf is het risico beter gespreid. Dit in tegenstelling tot de reguliere melkveebedrijven. Hierdoor loopt een boer een groot risico als de melkprijzen te laag zijn. Er is dan niets om op terug te vallen. Melkveehouders moeten overwegen om hun bedrijf te veranderen in een gemengd bedrijf. Maar zolang dit niet aan de orde is, is een melkquotum, in welke vorm dan ook, onmisbaar!

Geschreven door Maurits Gorter

Maurits Gorter is lid van de commissie DOL (Duurzame ontwikkeling en landbouw). Meer artikelen van Maurits Gorter:



Blog comments powered by Disqus