Behoud de rechtsstaat!

ZSM, dat is wat de maatschappij wil. Een directe, snelle en consequente aanpak van criminaliteit, waarbij de crimineel zo hard mogelijk gestraft wordt met oog voor het slachtoffer en voor problemen waar burgers in hun eigen leefomgeving last van hebben. Het klinkt als een ideale oplossing voor de vele veiligheidsvraagstukken in onze samenleving. Maar hoe ver mag ZSM gaan?

ZSM staat voor Zo Samen, Snel, Slim, Selectief, Simpel en Samenlevingsgericht Mogelijk. De ZSM-regeling is een programma van het Openbaar Ministerie (OM) dat sinds 2012 landelijk wordt gehanteerd. Binnen dit programma wordt er samengewerkt door de politie, het OM, de reclassering, slachtofferhulp en nog meer ketenpartners. Wanneer een zaak bewijstechnisch vrij eenvoudig ligt, wordt de zaak zo mogelijk direct afgedaan via een strafbeschikking: een geldboete of taakstraf bijvoorbeeld. ZSM klinkt als de ideale oplossing voor de vele veiligheidsvraagstukken in onze samenleving: kleine criminaliteit wordt op een veel efficiëntere manier aangepakt, zodat politie, OM en rechter meer tijd hebben voor ‘grotere’ zaken. Daarnaast weten zowel de verdachte als slachtoffer snel waar zij aan toe zijn.

 

Kritiek

Toch staat de ZSM-maatregel voortdurend onder kritiek. Hoogleraren, advocaten en rechters plaatsen vraagtekens bij de maatregel, omdat er te weinig oog is voor de belangen van de verdachte. Het College van de Rechten van de Mens signaleerde in 2013 zelfs dat rechtshulp grotendeels ontbrak (je kon niet zomaar een advocaat raadplegen, bijvoorbeeld). Verdachten wisten niet dat zij door het aanvaarden van een strafbeschikking een risico hadden op een strafblad, waar zij in hun verdere leven veel gevolgen van kunnen ondervinden. Daarnaast concludeerde de Hoge Raad vorig jaar nog dat in 8 procent van de ZSM-zaken een straf wordt opgelegd terwijl er onvoldoende bewijs is.

 

Nieuwe ontwikkelingen                     

Nog niet zo lang geleden heeft het OM de maatregel geëvalueerd. In die evaluatie werd erkend dat de rechtsbijstand van de verdachten nog lang niet altijd op orde is en verder vorm moet worden gegeven.

Tegelijkertijd willen de politie en het OM in Noord-Brabant de ZSM-aanpak doortrekken naar grotere criminaliteit, zoals drugsdelicten. Wat SGP-jongeren betref is dit geen goede zaak. De officier van justitie kan namelijk geen vrijheidsstraffen opleggen. De keuze is dan: of een deal met het OM in de vorm van een boete of het inleveren van verkregen goederen, zoals auto’s, of een strafrechtelijk onderzoek naar de criminele organisatie. De crimineel kan dus in principe zelf bepalen of hij een vrijheidsstraf krijgt (wat bij bijvoorbeeld een drugsdelict op kan lopen tot een gevangenisstraf van meerdere jaren) of een deel van zijn bezit afstaat. Hiermee krijgt hij te veel grip op het proces. Daarnaast bleek al eerder dat de rechtsbescherming van de verdachte niet goed is gewaarborgd.

 

SGP-jongeren pleit ervoor om eerst deze rechtsbescherming bij de kleinere vergrijpen op orde te hebben door de verdachte altijd te wijzen op zijn rechten, een advocaat aan te laten schuiven bij de ZSM-balie en door duidelijk te maken wanneer en hoe de verdachte in bezwaar kan gaan. Voor hem moet ook duidelijk zijn of hij een strafblad krijgt door akkoord te gaan met de beschikking en wat daar de gevolgen van zijn. Daarnaast moet de ZSM-aanpak niet worden uitgebreid naar zwaardere criminaliteit. De mogelijkheid om daarvoor een gevangenisstraf op te leggen moet open blijven staan en deze bevoegdheid hoort bij de rechter thuis. Tenslotte moet de kwaliteit van de ZSM-maatregel omhoog, zodat er geen straffen worden opgelegd bij onvoldoende bewijs. Een snelle afdoening van de straf mag dan effectief zijn, maar mag nooit de principes van de rechtsstaat aantasten.    

 

Lianne Ruitenbeek, commissie Binnenland

Geschreven door Lianne Ruitenbeek

Lianne is lid van de commissie Binnenlandse Zaken. Meer artikelen van Lianne Ruitenbeek:



Blog comments powered by Disqus