Acceptatieplicht is bom onder vrijheid van onderwijs

Het wetsvoorstel is terug van weggeweest. In 2005 kwam toenmalig PvdA-Kamerlid Hamer met een wetsvoorstel om een acceptatieplicht voor scholen in te voeren. Dat voorstel werd door de Raad van State gekraakt en verdween in de ijskast. Een kleine tien jaar later probeert Pvda-Kamerlid Ypma het opnieuw. Zij kwam op 26 september met het voorstel om een ‘toelatingsrecht’ voor ouders te introduceren. Dit klinkt wat vriendelijker, maar is in feite niets meer dan het spiegelbeeld van een acceptatieplicht voor scholen om elke leerling te accepteren.

Het wetsvoorstel is terug van weggeweest. In 2005 kwam toenmalig PvdA-Kamerlid Hamer met een wetsvoorstel om een acceptatieplicht voor scholen in te voeren. Dat voorstel werd door de Raad van State gekraakt en verdween in de ijskast. Een kleine tien jaar later probeert Pvda-Kamerlid Ypma het opnieuw. Zij kwam op 26 september met het voorstel om een ‘toelatingsrecht’ voor ouders te introduceren. Dit klinkt wat vriendelijker, maar is in feite niets meer dan het spiegelbeeld van een acceptatieplicht voor scholen om elke leerling te accepteren.

Ypma wil een uitzondering maken voor scholen die al jaren een consequent toelatingsbeleid voeren op grond van levensbeschouwing. Dit neemt niet weg dat dit voorstel om meerdere redenen ronduit onwenselijk is. De drie belangrijkste benoem ik kort:

1. De acceptatieplicht is een oplossing voor een niet bestaand probleem. Volgens Ypma misbruiken christelijke scholen hun toelatingsbeleid om kinderen met een leerachterstand of autisme te weigeren. Een feitelijke onderbouwing wordt niet gegeven en ouders kunnen op dit moment gewoon naar de rechter stappen. Bovendien heeft de Raad van State eerder geconstateerd dat ouders meer dan voldoende keuzevrijheid hebben.

2. De vrijheid van onderwijs wordt hard geraakt door dit voorstel. Sinds 1848 is de vrijheid van ouders om een school naar hun levensovertuiging op te richten in de Grondwet verankerd. Met de acceptatieplicht gaat er een wissel om. Niet de besturen, die als het goed is een afspiegeling van de ouders zijn, beslissen meer wie bij hun identiteitsgebonden onderwijs past. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling. Seculiere ouders kunnen immers plechtig beloven de grondslag te respecteren, maar de praktijk laat zien dat dit vrijwel altijd tot verwatering van de identiteit leidt.

3. Hoewel Ypma de acceptatieplicht omschrijft als “de vervolmaking van de onderwijsvrijheid” is het eerder het begin van de afbraak hiervan. Een gemiddeld interview met een D66 of PvdA-kamerlid over dit onderwerp is meestal kraakhelder. Het ‘streng christelijk’ onderwijs is hen een doorn in het oog. Religie is iets voor thuis. Niet om op kosten van de samenleving op scholen te onderwijzen. De invoering van de acceptatieplicht is daarom waarschijnlijk het startschot voor ballonnetjes om de subsidie aan scholen met een sterk levensbeschouwelijke inslag te stoppen.

Praktisch gezien zal er door de uitzondering op de acceptatieplicht voor scholen met een consequent beleid op korte termijn weinig veranderen. De ‘jacht’ op de gewetensbezwaarde ambtenaar leert echter dat een uitzonderingspositie binnen tien jaar verleden tijd kan zijn. Het is daarom van het grootste belang dat christelijke partijen en scholen pal voor hun grondwettelijke rechten gaan staan en zich niet laten wegmoffelen in een uitzonderingspositie!

Geschreven door Martin Holleman

Martin is voorzitter Politiek Platform.. Meer artikelen van Martin Holleman:



Blog comments powered by Disqus